
In het bestuur van een internationaal werkende stichting ontstaat onrust onder bestuursleden over de financiële afwikkeling van een aantal boekjaren. Een van de bestuursleden besluit de stichting te verlaten. Er wordt bemiddeld tussen de betreffende bestuursleden om zakelijke en persoonlijke aangelegenheden te scheiden. Organisatorisch worden maatregelen genomen om de stichting een doorstart te kunnen laten maken. Spullen worden beheerd totdat de organisatie in rustiger vaarwater is gekomen. Voor de stichting blijkt een en ander succesvol te zijn.